Werkingssubsidies Kunstendecreet

 

1. Wat ging er aan de beslissingen van minister Gatz over de vijfjarige werkingssubsidies in het kunstendecreet vooraf?

Aan de beslissingen voor de werkingssubsidies ging voor het eerst sinds het nieuwe kunstendecreet in werking is getreden, een intensieve beoordelingsprocedure vooraf.

Meer dan tweehonderd peers uit de kunstensector hebben bij de subsidieaanvragen genuanceerde en goed onderbouwde preadviezen opgesteld en bekendgemaakt op 10 februari 2016.

Elke aanvrager kon vervolgens reageren op zijn advies met een repliek- (bij gunstige adviezen) of verhaalprocedure (bij ongunstige adviezen).

Op basis daarvan werden de preadviezen bijgesteld tot definitieve adviezen en overgemaakt aan de minister. Deze werden bekend gemaakt op 24 april.

Voor het eerst vond vervolgens een overlegronde plaats met de provincies en de centrumsteden, die het belang van de aanvragen binnen het lokale en regionale netwerk konden duiden. Het geheel gaf een genuanceerd en diep zicht op de artistieke en zakelijke kwaliteit van de aanvragen maar ook op de netwerken en de samenhang van de organisaties.

De aanvragers konden zo op grond van de definitieve adviezen worden onderverdeeld in drie subgroepen: de categorie zeer goed en goed (cat.1 t/m 7); de categorie voldoende (8 t/m 12); de categorie onvoldoende (cat. 13 t/m 25).

Vervolgens maakte ook de adviescommissie (11 leden), die de procedure heeft uitgerold, een samenvattend voorstel over aan de minister. Op 29/06/2016 keurde de Vlaamse Regering het voorstel van minister van Cultuur Sven Gatz goed.

2. Waarom was deze ingreep in het kunstenlandschap nodig?

In de vorige legislatuur werd door alle democratische partijen in het Vlaams Parlement een nieuw Kunstendecreet goedgekeurd. Dat decreet wordt nu uitgevoerd. De beslissingen rond de meerjarige subsidies gelden voor 2017-2021.

Het regeerakkoord stelt – en zo ook de strategische visienota – dat versnippering en overproductie binnen de kunsten moet worden aangepakt. Daarnaast geeft het regeerakkoord meer armslag aan de grote Vlaamse Kunstinstellingen.

Bovendien moet er gewerkt worden binnen het huidig budgettair kader. Dat betekent dat de beschikbare middelen aan een beperkter aantal organisaties moesten worden toegekend om de organisaties levensvatbaar te houden.

3. Wat is dan het huidig budgettaire kader?

  • In totaal voor de komende subsidieperiode jaarlijks 141.894.860 euro waarvan 5,6 miljoen extra middelen
  • Verdeeld over:
    • Werkingssubsidies kunstenorganisaties
      • 84.763.400 euro
      • waarvan 3.157.481 euro extra middelen
    • 7 Kunstinstellingen
      • 53.980.000 euro
      • waarvan 2.290.563 euro extra middelen
    • Ondersteunende organisaties
      • Vlaams Architectuurinstituut (VAi)
        • 625.000 euro,
        • waarvan 220.000 euro extra middelen
      • Kunstenpunt (verlenging)
        • 2.004.460 euro
      • Kunstenloket (verlenging)
        • 522.000 euro

4. Wat betekent dit nu concreet voor de kunstenorganisaties?

De minister is vertrokken vanuit de beoordelingen die de beoordelingscommissies hebben gemaakt. Hij heeft daarbij hun advies gevolgd.

In totaal werden er 244 organisaties gunstig geadviseerd door de beoordelingscommissies, voor een totaal bedrag van 105.947.900 euro.

De middelen voor de kunstenorganisaties worden verdeeld over 207 kunstenorganisaties die vanaf 2017 structureel ondersteund worden voor vijf jaar.

Dertien onder hen zijn nieuwe instromers, die het landschap verse impulsen zullen geven.

De beslissingen van minister Gatz volgen de lijn die de beoordelingscommissies hebben uitgezet. Zo worden alle organisaties met een artistieke beoordeling ‘zeer goed’ en ‘goed’ (categorie 1-7) gehonoreerd.

  • Het gaat om 188 organisaties, voor een totaal bedrag van 74.100.000 euro.
  • Voor zij die reeds een subsidie kregen, gaat het om een stijging van gemiddeld 14%.
  • De organisaties krijgen wel minder dan het geadviseerde bedrag. Deze solidariteitsoefening, samen met nieuwe middelen, zorgt ervoor dat  ook 19 waardevolle organisaties met een artistiek ‘voldoende’ advies betoelaagd kunnen worden.   

Voor deze 19 organisaties (categorie 8-12) wordt in totaal 10.663.700 euro uitgetrokken.

  • De keuze voor deze organisaties werd gemaakt op basis van beleidsprioriteiten in de visienota zoals: het behoud van een dynamisch en divers kunstenlandschap, centrale positie van de kunstenaar, internationale uitstraling, ondernemend en slagkrachtig kunstenlandschap en breed toegankelijk kunstenlandschap.
  • Ook de uitgebreide gesprekken met steden en provincies hielpen deze keuzes te bepalen.
  • De minister heeft bij zijn keuze (spreiding) vooral aandacht besteed aan het uitbouwen van een sterke kunstscène in centrumsteden als Brugge, Kortrijk, Mechelen en Leuven.
  • Ook ‘samenwerking’ vormt een belangrijk criterium in de beslissingen. Alle acht organisaties die een samenwerking aangingen zoals bijvoorbeeld Vrijstaat De Werf, C-takt en Het Wilde Westen krijgen een zogenaamde fusiebonus van 5% van het geadviseerde bedrag (tenzij zij reeds het geadviseerde bedrag zouden ontvangen, zoals ‘t Arsenaal)

Voor de overige 37 organisaties uit de categorie 8-12 waren geen middelen meer beschikbaar ondanks een ‘voldoende’.

58 organisaties werden ongunstig beoordeeld. Zij krijgen geen subsidie toebedeeld. 51 organisaties die momenteel samen 9,045 miljoen euro subsidie krijgen stromen uit.

5. Minister Gatz heeft extra middelen kunnen verkrijgen, maar toch worden er organisaties niet langer betoelaagd. Waarom?

Het was in theorie inderdaad ook mogelijk geweest om de huidige middelen te verdelen over alle organisaties die momenteel een subsidie ontvangen en een positief advies gekregen hebben, maar dit zou wederom tot gevolg hebben dat middelen fel versnipperd zouden worden, terwijl het net de doelstelling was om versnippering van het kunstenlandschap tegen te gaan (zie ook visienota).

Door de toegepaste manier van berekenen is het mogelijk geweest om de organisaties die artistiek ‘zeer goed’ en ‘goed’ scoren bij de beoordeling en bij wie een groei wordt geadviseerd, ook een groei toe te kennen, evenwel minder dan de geadviseerde.

De minister is ervan overtuigd dat de cultuurconsument in de toekomst over dezelfde keuze en mogelijkheden zal beschikken om van cultuur te genieten als vandaag.

6. Wat krijgen de grote Vlaamse Kunstinstellingen?

De 7 grote Vlaamse Kunstinstellingen:

  • Ancienne Belgique
  • Brussels Philharmonic
  • deFilharmonie, deSingel
  • Kunsthuis (Opera Vlaanderen en Ballet Vlaanderen)
  • Concertgebouw Brugge (erkenning 2015)
  • Vooruit Gent (erkenning 2015)

Deze werden beoordeeld door een internationale visitatiecommissies. De regering trekt voor hen samen een bedrag van 53.980.000 euro uit, waarvan 2.291.000 euro extra middelen.

7. De grote instellingen krijgen dus meer. Gaat dat ten koste van de kleinere kunstenorganisaties?

Het is niet zo dat de grote instellingen meer middelen krijgen ten koste van de kleine kunstenorganisaties. De verhoging van de armslag voor de grote instellingen is voorzien in het regeerakkoord, net als de uitbreiding van deze groep. Dat werd vorig jaar trouwens al geconcretiseerd met de erkenning in 2015 van Vooruit en Concertgebouw Brugge.

De 2.291.000 euro middelen voor de Kunstinstellingen zijn nieuwe middelen die de Vlaamse Regering uittrekt.

De grote Vlaamse kunstinstellingen zullen in de nieuwe afspraken die we met hen in de beheersovereenkomsten maken zowel internationale topambassadeurs moeten zijn, als vuurtorens en bijenkorven. Als ambassadeurs moeten ze onze internationale visitekaartjes zijn. Op vlak van kwaliteit en management moeten ze toonaangevend zijn in Vlaanderen, en als bijenkorven moeten ze beter samenwerken met het ruime veld, om zo beginnende kunstenaars en organisaties onder hun vleugels te nemen en hun expertise te delen.

De extra financiering voor deze kunstinstellingen komt zo ook het hele veld ten goede. Deze beheersovereenkomsten worden uiterlijk op 1 december 2016 afgesloten.

8. 21 % van de organisaties krijgen geen subsidie meer. Is dat geen nooit geziene aderlating?

De minister heeft gekozen voor een meer effectieve en efficiënte organisatie van het kunstenlandschap.

Het nieuwe Kunstendecreet wil het anders aanpakken met een betere manier van beoordelen, meer mogelijkheden om als organisatie je eigen klemtonen te bepalen los van specifieke disciplines. Zo beoogt het decreet ook een meer divers en kwaliteitsvol kunstenlandschap.

Het klopt dat heel wat organisaties niet meer betoelaagd zullen worden, maar het totale bedrag van zij die wel nog betoelaagd worden, neemt toe met 5,6 miljoen.

9. Gaan er nu geen jobs verloren?

Zoals hierboven gesteld, de totale beschikbare middelen voor de meerjarige subsidiëring verminderen niet, integendeel.

We gaan er vanuit dat de jobs die eventueel verloren gaan bij organisaties die niet meer gesubsidieerd worden, gecompenseerd worden door aanwervingen bij organisaties die meer armslag hebben gekregen of bij nieuwe organisaties die instromen. Dat wil helaas niet zeggen dat iedereen zijn/haar job behoudt, wel dat de algemene tewerkstellingsgraad in de sector niet zal dalen. Ook rekenen we er op dat kunstenaars op deze manier vaker correct vergoed zullen worden.

10. Iedereen krijgt minder, ook zij die eigenlijk een zeer goede beoordeling hebben gekregen. Waarom?

Het totale gevraagde bedrag aan subsidies was zeer hoog (144 mio euro) en zelfs de som van de door de commissies geadviseerde bedragen (105 mio euro) lag nog altijd veel hoger dan de 81,6 mio euro die beschikbaar was.

Er werd een evenwicht gezocht tussen het artistieke eindadvies en de budgettaire middelen. Daarbij werden de adviezen van de beoordelingscommissies gevolgd.

Maar het geadviseerde bedrag werd inderdaad niet toegekend. Bij wijze van solidariteitsoefening werd van het geadviseerde bedrag van de organisaties die zeer goed en goed scoorden een percentage in mindering gebracht. Die bedragen werden samen met nieuwe middelen gebruikt om ook 19 waardevolle organisaties met een artistiek ‘voldoende’ advies een subsidie te kunnen toekennen.

Voor deze 19 organisaties (categorie 8-12) wordt in totaal 10.663.700 euro uitgetrokken. De organisaties werden geselecteerd op basis van beleidsprioriteiten in de visienota zoals: spreiding naar discipline en regio, samenwerking en publieksbereik. Ook de uitgebreide gesprekken met steden en provincies hielpen deze keuzes te bepalen.

11. Eerder zei minister Gatz dat sommige organisaties te weinig spelen. Zijn het zij die nu afvallen? In welke mate is dat een criterium dat in de beslissing een rol heeft gespeeld?

Uiteraard kan de omvang van de productie een rol gespeeld hebben bij de beoordeling van de organisaties door de commissies. Daarenboven was een goede spreiding een van de beleidsprioriteiten, al was het zeker niet het enige en ook niet het belangrijkste criterium.

12. Werden organisaties met een onvoldoende opgevist?

De 58 organisaties die geen voldoende artistieke score behaalden en/of volstrekt onvoldoende werden geadviseerd op zakelijk-beheersmatig vlak (categorieën 13 tot en met 25) krijgen geen subsidie toegekend. Er werd dus geen enkele organisatie met een artistieke onvoldoende opgevist. Dat had minister Gatz ook eerder zo aangekondigd.

13. Wat waren de belangrijkste vragen van steden en provincies? Hoe werden deze opgevangen in de beslissing?

De gesprekken met steden en provincies worden vooropgesteld in het kunstendecreet om zo beter zicht te krijgen op de lokale netwerken van de kunstenorganisaties en hun maatschappelijke relevantie in en voor de regio. Dankzij deze overlegrondes heeft de minister daar effectief een goed zicht op gekregen. Vooral bij de keuzes voor de organisaties die ‘voldoende’ scoorden (cat. 8-12) was deze procedure nuttig.

14. Verschillende organisaties, ook zeer gekende, hadden een slecht rapport. Hoe komt dit?Verschillende organisaties, ook zeer gekende, hadden een slecht rapport. Hoe komt dit?

Daar kunnen zeer diverse redenen voor zijn.

  • We werken met een nieuw decreet, dat de organisaties volgens andere criteria beoordeelt dan vroeger
  • Ook werd er voor het eerst gewerkt met een pool van beoordelaars waardoor veel nieuwe beoordelaars hun stem voor het eerst lieten klinken
  • Daarenboven kunnen organisaties nu zelf een of meer disciplines aanduiden waarin zij werken, evenals een of meer functies waarop zij inzetten
  • Het is mogelijk dat niet alle organisaties de consequenties daarvan hebben ingezien en een dossier hebben ingediend dat niet voldeed aan alle vereisten van het nieuwe decreet.
  • Anderzijds hadden zij wel nog gelegenheid tot repliek of verhaal indien zij meenden dat zij verkeerd waren begrepen. Ik denk dus wel dat de nieuwe werkwijze voldoende garanties biedt om een evenwichtig oordeel te bereiken
  • Uiteraard is alles voor verbetering vatbaar en ik voorzie dan ook een uitgebreide evaluatie van het nieuwe beoordelingssysteem

15. Kunnen organisaties meer werk maken van aanvullende financiering, buiten de subsidies dus?

De kunstensector is een zeer ondernemende sector. Minister Gatz blijft ervoor ijveren dat de kunstenorganisaties gemakkelijker aanvullende financieringsbronnen kunnen aanboren. Dat zou bv. kunnen door het systeem van de tax shelter uit te breiden. In overleg met de federale overheid worden de gekende teksten momenteel verder verfijnd. Onze kunstensector weet dit en is ook betrokken bij de besprekingen.

We bekijken ook op welke manier Kunstenloket uitgebreid kan worden naar een Cultuurloket dat voor de hele sector opengesteld wordt.

16. Overzicht totaal aantal gesubsidieerde organisaties (tabel: huidig, gevraagde bedrag, geadviseerde bedrag, gekregen bedrag)

TR = Transdisciplinaire kunsten AV = Architectuur en vormgeving PK = Podiumkunsten
ABK = Audiovisuele en beeldende kunsten MU = Muziek

17. Overzicht per regio?

Zie ook www.svengatz.be/persberichten voor tabellen, presentatie persconferentie en persbericht.
Visienota minister Gatz: http://www.svengatz.be/wp-content/uploads/Strategische-visienota-kunsten-finaal.pdf